Guillaume Farel is als predikant vanaf 1532 bezig de Reformatie in het nog katholieke, maar wel op vrijheid beluste Genève door te voeren. Als hij in 1536 hoort dat Calvijn op doorreis is in Genève, zoekt hij hem op, want volgens Farel is Calvijn de meest geschikte man om hem te helpen bij zijn reformatieplannen. Hij weet vervolgens de schuchtere en tegenstribbelende Calvijn over te halen in Genève te blijven.
De stedelijke overheid weigert uiteindelijk Calvijn en Farel de vrijheid te geven voor de handhaving van de tucht in de kerk. Dit zorgt ervoor dat Farel, net als Calvijn, moet vertrekken (1538). Calvijn keert in 1541 terug naar Genève, Farel niet. Hij werkt daarna elders in Zwitserland en zet zich o.m. in voor verbroedering tussen luthersen en gereformeerden. Wel bezoekt Farel nog meerdere malen Genève. Zijn huwelijk op 69-jarige leeftijd met een veel jongere vrouw (een weduwe uit Rouen) baart veel opzien; Calvijn heeft er grote moeite mee. Farel heeft een vurig karakter; in zijn laatste levensjaar preekt hij in Metz nog met de inzet van een jonge voorganger.
Zo wordt Calvijn dominee, zonder ooit theologie te hebben gestudeerd. Alle kennis van de Bijbel en kerkvaders heeft hij zich eigen gemaakt door zelfstudie. Lees verder