Andreas Bodenstein von Karlstadt (1486-1541), vurig en radicaal reformator te Wittenberg. Vanaf 1505 is hij docent aan de universiteit van Wittenberg, waar hij de graad van doctor in de theologie behaalt. Daarnaast haalt hij ook nog een doctorsgraad in de rechten. Als streng Thomist (d.w.z. volgeling van Thomas van Aquino) staat hij aanvankelijk kritisch tegenover Luther, die bij hem in 1512 promoveert. Luther wijst hem op de geschriften van de kerkvaders, vooral die van Augustinus, en het lezen hiervan brengt hem tot reformatorische inzichten.
Als Luther noodgedwongen op de Wartburg verblijft, radicaliseert Karlstadt in zijn leiding geven aan de reformatie: hij wijst de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal feller af dan Luther; hij eist van de kerkgangers dat zij tijdens het avondmaal zowel brood als wijn tot zich nemen; bovendien ontketent hij een beeldenstorm. De (her)doop aan volwassenen is de ware doop. Ook acht hij universitaire studie niet meer nodig: de Heilige Geest geeft de voorgangers wel in wat zij moeten zeggen. Professor Karlstadt wordt nu gewoon ‘broeder Andries’.
Luther keert echter terug van de Wartburg en neemt hem de regie over de stad uit handen. Vanwege zijn radicaliteit wordt Karlstadt in 1524 uit Saksen verbannen. Een jaar later keert hij door Luthers bemiddeling terug in Wittenberg, maar hij wordt hier streng gecontroleerd en mag geen boeken uitgeven. Uiteindelijk kiest Karlstadt toch voor Zwingli’s avondmaalsstandpunt. Daardoor wordt zijn positie in Wittenberg onhoudbaar. Hij verhuist naar Bazel, waar hij in 1534 als hoogleraar wordt aangesteld.