In 1545 wordt het Concilie van Trente (ook wel Concilium Tridentinum) bijeengeroepen door paus Paulus III. Trente is de meest zuidelijke stad in het Duitse rijk en ligt (toch) in Italië. De keus voor deze plaats is een compromis tussen paus en keizer.
In totaal duurt deze algemene kerkvergadering drie zittingsperiodes: 1545-47, 1551-52 en 1562-63. Het doel is de misstanden binnen de katholieke kerk door te lichten en inzake de geloofsleer positie te bepalen tegenover de protestanten. Al sinds het optreden van Luther leeft de wens om een concilie te houden, maar dat lukt vooreerst niet. Door het aandringen van keizer Karel V komt het concilie er toch. Zijn poging om katholieken en protestanten tot overeenstemming te brengen via godsdienstgesprekken in 1541 (Hagenau, Worms en Regensburg) waren intussen mislukt.
Het concilie van Trente wordt uiteindelijk een rooms-katholieke aangelegenheid, hoewel er soms wel protestantse waarnemers bij waren. Het vormt een reactie op de Reformatie (contrareformatie) of een grondslag voor de katholieke hervorming. Er wordt een begin gemaakt met de vernieuwing van de eigen kerk. Enkele besluiten zijn: naast de Bijbel wordt ook de kerkelijke traditie als gezaghebbend erkend; de Vulgaat is de enige te gebruiken bijbelvertaling; het Latijn blijft de enige liturgische taal; de misstanden binnen de geestelijkheid worden aangepakt; de rechtvaardigings- en sacramentsleer blijven ongewijzigd.
Op het concilie worden in 126 stellingen (canones) onderdelen van de protestantse leer als dwaling gekenmerkt met de formulering: Anathema Sit: In de ban is hij, die... (en dan volgt de beschuldiging).