De Nederlandse Geloofsbelijdenis (Latijn: Confessio Belgica) verschijnt in 1561. Het geeft in 37 artikelen een uitleg van het gereformeerde geloof. Deze belijdenis is opgesteld door de predikant Guido de Brès en – naast kerkelijk gebruik – ook bestemd voor de Spaanse koning en zijn vertegenwoordigers in de Nederlanden. De regering moet namelijk niet denken dat gereformeerden op één lijn staan met revolutionaire wederdopers. Daarom wordt het boekje op een speciale manier bij de autoriteiten bezorgd: samen met enkele brieven wordt het over de muur van het kasteel van Doornik gegooid in de nacht van 1 op 2 november 1561, met de hoop dat het uiteindelijk in handen van Philips II zou komen. Van dat laatste is nooit iets te merken geweest.
De gereformeerde kerken in de Zuidelijke Nederlanden – kruiskerken genoemd vanwege ‘het kruis van de vervolgingen – hebben deze belijdenis op hun synoden aanvaard als officieel geloofsdocument. Nog steeds is zij in gebruik als één van de belijdenisgeschriften in de meeste protestantse kerken in Nederland.