Na verschillende reizen door Polen en Bohemen publiceert de in 1525 geboren Italiaanse geleerde Lelio Sozzini (ook wel Socinus) in zijn geschrift Brevis explicatio im primum Johannis caput (d.i. Korte uiteenzetting over Johannes 1) zijn standpunt dat als antitrinitarisch bekend staat, d.w.z. hij ontkent de goddelijke drie-eenheid. Hierdoor staat de familie op de lijst van de rooms-katholieke inquisitie, maar vindt verschillende beschermers (o.a. in Polen). Een jongere neef, Faustus Sozzini (1539-1604), gaat na de dood van zijn oom 1562 verder in diens spoor en wordt de leider van antitrinitarische gemeenten in Polen en Zevenburgen. Faustus schrijft in 1594 in Polen het boek De Jesu Christo Servatore (d.w.z. Over de Redder Jezus Christus), waarin hij leert dat Christus niet door zijn kruisdood, maar door zijn voorbeeldig leven de redder van de wereld is geworden. De mens verlost zich door zich diep te schamen over zijn slechtheid en zich gehoorzaam te richten naar de regels van de Bijbel.
Deze beweging, die ook in Nederland invloed uitoefende, heet in de geschiedenis die van het Socinianisme, ook wel unitarisme (waar men gelooft in één God en niet in de Godheid van Jezus en de Heilige Geest). Deze richting is populair geworden bij de latere vrijzinnigen.