Met deze calvinistische predikant trekt Willem van Oranje een belangrijke adviseur aan die goed thuis is in de kringen van de Hugenoten, wat van grote betekenis kan zijn voor de strijd tegen de Spaanse legers in de Nederlanden. Pierre Loyseleur de Villiersis geboren in 1530 in Rijssel (Lille) en dient eerst als jurist bij de hoogste rechtbank van Frankrijk, het Parlement van Parijs. Na zijn overgang naar het protestantisme vlucht hij naar Genève, waar hij studeert bij Calvijn en Beza. Als predikant en tevens politiek adviseur van Hugenootse leiders dient hij eerst in Frankrijk, maar na de Bartholomeusnacht (1572) zet hij zijn werk voort in Londen bij de Franse vluchtelingengemeente.
Doordat hij correspondentie aanknoopt met Willem van Oranje komt hij in beeld als diens adviseur in vaste dienst. Zo arriveert hij in februari 1577 in de Nederlanden waar hij naast Philippe Duplessis Mornay en Marnix van Sint Aldegonde grote invloed op de Prins uitoefent. Villiers is een warm voorstander van samenwerking tussen opstandige Nederlanders en Hugenoten in de strijd tegen de Spaanse macht. Een belangrijke politieke beleidslijn van Villiers is het streven naar een algemene religievrede; dit vooral om burgeroorlog te voorkomen. Hierin wordt hij tegengewerkt door de fel anti-katholieke ds. Petrus Datheen.
Villiers stelt het eerste ontwerp op – in de Franse taal – van de Apologie van Willem van Oranje, een verdedigingsgeschrift dat in overleg met o.a. Duplessis Mornay in de herfst van 1580 wordt aangeboden aan de Staten-Generaal.
Na de dood van Oranje (1584) blijft Villiers in dienst van het huis van Oranje, nu als hofprediker van Louise de Coligny (de vierde echtgenote van Oranje en moeder van prins Frederik Hendrik). Ook onderhoudt hij goede relaties met Marnix van Sint Aldegonde die na de val van Antwerpen (1585) een kasteel bewoont op Walcheren. Villiers woont ook op dat eiland (op het kasteel Westhove) en overlijdt daar op 24 november 1590.