Obbe (geb. 1500) en Dirk (geb. 1504) zijn zonen van een katholiek priester in de Friese hoofdstad. Hun belangstelling voor ‘de nieuwe leer’ leidt ertoe dat ze in contact komen met Jan Matthijsz. en andere volgelingen van de wederdoper Melchior Hoffman. In 1533 worden beide broers in Leeuwarden herdoopt. Direct daarna worden ze aangewezen als predikers binnen de groeiende doperse gemeenten. Doordat de overheid hen wil vervolgen vertrekken ze: Dirk gaat werken in het Groningerland, Obbe wijkt uit naar Amsterdam.
Hier blijkt dat Obbe niet mee wil werken aan gewelddadige acties, zoals die o.m. tegen Munster staan gepland. Na de ondergang van het doperse Munster nemen zij – met Menno Simons – de leiding van de doopsgezinden die verspreid wonen in de Nederlanden en in Noord-Duitsland. Obbe krijgt echter diepgaande meningsverschillen met Menno Simons en daardoor staat hij na 1540 buiten de doperse beweging. Dirk geeft in 1564 zijn Enchiridion oft Hantboecxken van de Christelijke Leere uit dat de doopsgezinde leerstellingen omschrijft. Beide broers zijn in 1568 overleden in Duitsland.