Het Convent van Wezel – vermoedelijk in 1568 gehouden in het Duitse stadje Wezel (een andere mogelijke datum is de zomer van 1571) – is de eerste bijeenkomst van afgevaardigden van de al of niet in vrijheid levende gereformeerde kerken van de Nederlanden. Het convent, met als voorzitter ds. Petrus Datheen, is bedoeld om als kerken regelingen te treffen voor de eenheid in het gemeentelijke leven. De verspreide ligging van de Nederlandse vluchtelingenkerken (Engeland en Noord- en West-Duitsland) vergroot immers de kans op willekeur.
In afwachting van een wettige synode worden alvast enkele regelingen getroffen, zo streeft men naar een kerkorde die presbyteriaal-synodaal van aard is, d.w.z. dat de kerk geregeerd dient te worden door een kerkenraad met predikanten en presbyters (ouderlingen) en dat de kerken samen via synodes afspraken maken voor de inrichting van het kerkelijk leven. Het Convent van Wezel houdt al rekening met het feit dat er in de Nederlanden in de toekomst vrijheid zal zijn om overal de Reformatie door te voeren. In oktober 1571 vindt de eerste synode van de Gereformeerde kerken van de Nederlanden plaats: in Emden.