Onder de zeer bekwame leiding van prins Maurits worden er veel militaire successen tegen de Spaanse legers geboekt, veelal samen met zijn neef Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland en Groningen: in tien jaar tijd (1588-1598) wordt bijna heel Noord-Nederland bevrijd. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) komt hij in conflict met de politiek leider van Holland, de raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Maurits, die het hoogste militaire gezag bekleedt, vreest voor verdere toename van diens macht.
Terwijl Oldenbarnevelt zich inzake de godsdienst bij de remonstranten aansluit, kiest Maurits partij voor de contraremonstranten in het godsdienstige conflict dat zich tegelijkertijd voordoet. De laatste jaren van zijn leven lijdt hij enkele nederlagen tegen Spanje en overleeft hij een aanslag op zijn leven. Op zijn sterfbed krijgt bij geestelijke bijstand van ds. Johannes Bogerman uit Leeuwarden, die als voorzitter diende op de Synode van Dordrecht. Maurits is ongehuwd gebleven; wel heeft hij enkele kinderen verwekt bij verschillende vrouwen. Hij wordt opgevolgd door de jongste zoon van Willem van Oranje, zijn halfbroer Frederik Hendrik (1625-1647).