Lof der Zotheid van Erasmus

Lof der Zotheid van Erasmus

Vorige Volgende

Gebruik de rewind-forward knop om door de tijdlijn te scrollen.

Erasmus schrijft in 1509 de Lof der Zotheid; het verschijnt in 1511. Het is een satire over de toenmalige kerk. Allerlei menselijke dwaasheden worden aan de kaak gesteld: kooplieden, vorsten, wetenschappers en vooral kerkelijke autoriteiten. ‘Laten we de wereld trachten te verbeteren en als het niet lukt, laten we dan ten minste om haar zotheid lachen’, zo schrijft Erasmus. Volgens hem is de wereld niet slecht, maar zij is ook niet goed; de mensheid beantwoordt in geen enkel opzicht aan het ideaal, zoals God het schiep en toch is zij niet van alle waarheid en schoonheid ontbloot. Erasmus vermijdt met zorg ook maar één naam te noemen.

Over Erasmus zelf zijn ook wel lachwekkende verhalen te vertellen. Zo is hij bijvoorbeeld voortdurend op de vlucht voor epedemiën. Zijn vrienden lachen hem om zijn overdreven angst uit.

Selecteren

Geef de volgende types weer