Het jaar 1517 wordt algemeen gezien als startpunt van de reformatie. In mei schrijft Luther aan een vriend in Erfurt: “Onze theologie en Sint Augustinus maken goede voortgang en voeren nu, dank zij de beschikking Gods, aan onze universiteit heerschappij.”
Op 31 oktober van dat jaar spijkert Luther namelijk een papier met 95 stellingen op de deur van de Slotkapel van Wittenberg, tegen een reeks van misstanden in de kerk, m.n. de aflaathandel. Het is bedoeld als inleiding op een theologisch debat, daarom schrijft hij het in het Latijn. Maar de inhoud wordt binnen zeer korte tijd vertaald en verspreid, zodat het hele volk er kennis van kan nemen. De stellingen raken het pauselijke Rome in haar financiële hart, omdat Luther vanuit de Schrift fel tegen de aflatenhandel opponeert. Voor Duitsers, toch al niet te spreken over de uitbuiting door de Roomse kerkleiding, is dit een welkom geluid. Luther heeft op de avond van 31 oktober een protestbrief gezonden aan aartsbisschop Albrecht van Mainz. Deze stelt eind 1517 de paus op de hoogte van de protestbeweging van Luther.