Op de Rijksdag van Augsburg van 1518 wordt Luther ten overstaan van keizer Maximiliaan I van 12 tot 14 oktober ter verantwoording geroepen door de pauselijke afgezant, de legaat Cajetanus. Luther betoont zich in het debat met Cajetanus erg stellig, met een beroep op de Bijbel weigert hij zijn 95 stellingen te herroepen. Luther gaat daarna weer snel terug naar het veilige Wittenberg.
Nu het zo niet lukt, heeft Cajetanus de taak Luther met andere middelen weer onder het oordeel van de pauselijke stoel te stellen. Eventueel mag hij Luther openlijk als ketter excommuniceren. Als hij zich tot Frederik van Saksen wendt om Luthers uitlevering aan Rome, weigert deze vorst. Paus Leo X komt nu voor een moeilijke beslissing te staan: hij wil de steun van de keurvorst van Saksen niet kwijtraken en hij weet dat bijna het hele Duitse volk achter Luther staat.
Op deze rijksdag wordt aartsbisschop Albrecht van Mainz verheven tot kardinaal. Hij toont geen enkel besef van de evangelische achtergronden van de door Luther begonnen reformatie; hij is op en top een renaissancevorst die leeft voor kunst en wetenschap.
Als Luther eens thuiszit, ziet hij in een struik dichtbij een raam een komen en gaan van kraaien. Luther beschrijft dit in een brief aan een vriend: ‘Vlak onder ons venster ... Lees verder